Op donderdag 8 oktober organiseerde het Vlaams Pleitgenootschap een paleisdispuut over de gerechtelijke hervorming.
Hieronder vindt u het verslag gemaakt door Mr. Leo VAN DEN HOLE.
U kan dit verslag ook in downloaden via deze link.
Sprekers waren Minister van Justitie Stefaan De Clerck, de heer Ghislain Londers, Eerste Voorzitter van het Hof van Cassatie, en confrater Benoît Allemeersch, tevens hoogleraar gerechtelijk recht aan de KULeuven.
Deze drie eminente sprekers beschreven het huidige landschap van justitie, en stelden nieuwe structuren voor.
Minister De Clerck stak van wal, en beschreef hoe de voorpagina van de krant van de dag vaak zijn agenda bepaalt. Hij werkt echter ook stelselmatig aan een groot hervormingsplan voor justitie, dat hij de volgende maanden wil realiseren.
Vrij snel na zijn ontslag als Minister van Justitie in 1998, werd het Octopusakkoord gesloten (de naam verwijst naar het feit dat er 8 politieke partijen bij betrokken waren). Dit akkoord bestond uit drie luiken.
Vooreerst was er een luik rond de hervorming van de politie. De gemeentepolitie, de gerechtelijke politie en de rijkswacht zouden worden hervormd tot een politiedienst op twee niveaus : een lokale en een federale politie. Dit eerste luik werd succesvol uitgevoerd.
Een tweede luik betrof de hervorming van justitie, waarbij de korpschefs niet meer voor het leven werden benoemd, maar hun functie voor maximaal 7 jaar konden uitoefenen. Tevens werd ook de structuur voorzien om de Hoge Raad voor Justitie op te richten. Ook dit luik werd uitgevoerd. In het derde luik was een hervorming van de instellingen voorzien, waarbij justitie op een structureel doorgedreven manier zou worden hervormd. Dit derde luik werd nooit uitgevoerd. Minister De Clerck hoopt er nu werk van te kunnen maken.
Naast dit derde luik, werkt Minister De Clerck ook rond twee andere projecten, namelijk de strafuitvoering en de informatisering van justitie (maar daarover gaat het huidige paleisdispuut niet).
De vraag is hoe men het gerechtelijk landschap gaat hervormen, waarbij de kwaliteit en de specialiteit blijft, en waarbij een context of een netwerk wordt gecreëerd bovenop de jurisdictionele context.
Minister De Clerck heeft een nota opgesteld. Andere regeringspartijen hebben aan deze nota commentaar toegevoegd. Vervolgens hebben 4 oppositiepartijen (SPA, NVA, Groen en Ecolo) gezegd dat ze mee willen werken aan een fundamentele hervorming van justitie. Deze 4 oppositiepartijen zullen mee in de voorbereiding van de hervorming van justitie betrokken worden. De Minister heeft vervolgens een advies gevraagd aan de verschillende adviesorganen.
De centrale uitgangspunten van het hervormingsplan van de Minister zijn (1) dat de financiële middelen beter besteed moeten worden, (2) dat meer verantwoordelijkheid aan de lagere echelons moet worden gegeven en dat deze lagere echelons een eigen beleid kunnen voeren, en (3) dat de lagere echelons dan ook verantwoordelijkheid moeten afleggen over de manier waarop ze hun financiële middelen beheren.
Het doel is dus de financiële middelen rechtstreeks te verdelen naar de niveaus waar de verantwoordelijkheid wordt opgenomen.
Deze lagere echelons moeten dan ook een kritische massa hebben om dat bestuursmatig optimaal te organiseren : ze mogen niet te groot zijn, maar ook niet te klein. Er zijn dus minder, andere en grotere gerechtelijke arrondissementen nodig. Er bestaan verschillende modellen om de arrondissementen te herschikken (bv. grotere provinciale arrondissementen, of het samenvoegen van enkele kleinere arrondissementen). Het plan van Minister De Clerck gaat op dit ogenblik uit van 16 arrondissementen in België. Per arrondissement komt er dan één loket. Alle rechtbanken behouden hun specialiteit (bv. de Arbeidsrechtbank) of hun proximiteit (bv. de Vrederechter).
Omwille van het management moet er een groter geheel zijn. Dit zal ook schaalvoordelen hebben voor de organisatie van de griffies, voor het verdelen van de technische middelen, en voor het opzetten van hyper-specialisaties.
Minister De Clerck weet dat dit een groot debat is, en nodigt iedereen uit om in openheid mee te debatteren. Het doel is dat het goede dat in justitie gebeurt, de bovenhand zou kunnen halen boven de vele incidenten die nu de voorpagina van de krant halen.
De heer Ghislain Londers, Eerste Voorzitter van het Hof van Cassatie, was het met Minister De Clerck roerend eens dat nu het momentum aanwezig is om justitie te hervormen.
Er zijn sinds het Octopusakkoord wel korpschefs, maar die kunnen hun medewerkers niet zelf kiezen, en die hebben ook geen financiële middelen om een beleid uit te stippelen. Het voeren van een beleid is het kiezen tussen verschillende oplossingen, en daarvoor is er beheersautonomie en financiële autonomie nodig. De huidige structuren laten echter geen efficiënt beheer toe. Het is zelfs geen versnippering meer. Het is op bepaalde plaatsen gewoon atomisering. Er zijn bijvoorbeeld kleinere rechtbanken waar er naast de Voorzitter (tevens korpschef) nog één voltijdse magistraat is.
Tot hier is de heer Londers het volledig eens met de Minister van Justitie.
Maar, zegt de heer Londers, je kan maar een efficiënt beheer voeren als je ook de werklast kent. Daarom is ook een werklastmeeting nodig. De magistraten zijn zelf voorstander om zo'n werklastmeeting te organiseren, en op alle niveaus zijn er 10-tallen magistraten die meewerken om die werklastmeeting te organiseren. Zo draaien op dit ogenblik in Antwerpen en in Bergen proefprojecten.
Ook zegt de heer Londers dan je niet zomaar hervormingen moet uitvoeren. Hervormingen moeten dienen om alles beter te maken. De heer Londers wijst erop dat de korpschefs zich er meer en meer van bewust zijn om een goed werkende openbare dienst af te leveren aan de burger.
Verder moet een efficiënt beheer leiden tot grotere specialisatie. Via systemen van mobiliteit moet de magistraat naar de zaken gaan, in plaats van de zaken naar de magistraat. Men zou ook kunnen overwegen om bepaalde geschillen te concentreren in bepaalde rechtbanken. Dat de burger dan een beetje verder moet rijden om tot die gespecialiseerde rechtbank te geraken, kan geen probleem zijn in een tijd waar de mensen er geen probleem van maken om hun vakantie door te brengen in Spanje of in Turkije.
Ook moet het efficiënte beheer leiden tot meer voorspelbaarheid van de uitspraken. Iemand die in een identieke situatie is, moet op een identieke wijze worden behandeld, voor welke rechtbank hij ook verschijnt.
Een werkgroep bestaande uit korpschefs en uit leden van de Hoge Raad voor de Justitie heeft daarom een ander voorstel uitgewerkt (los van de nota van de Minister van Justitie).
De kern van dit voorstel is dat het beheer gebeurt op een andere plaats dan de plaats waar het recht wordt gesproken. Het beheer zal gebeuren per "district" (wat mogelijk zal samenvallen met een provincie), en er komt een beheerscollege geleid door een magistraat-manager. In dit beheerscollege zetelen verder de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg, de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel, de Voorzitter van de Arbeidsrechtbank, en een vertegenwoordiger van de Vrederechters en de Politierechters.
Er komt één Rechtbank van Eerste Aanleg, één Rechtbank van Koophandel, en één Arbeidsrechtbank per district. De plaatselijke bestaande rechtbanken worden dan afdelingen van de provinciale rechtbank. Er zal dus recht worden gesproken op de plaatsen waar nu recht wordt gesproken.
Daarnaast komt er een grotere mobiliteit. Via een horizontale mobiliteit zullen er geen waterdichte beschotten meer bestaan tussen de Rechtbank van Eerste Aanleg, de Rechtbank van Koophandel en de Arbeidsrechtbank. Zo kan bij hogere werklast, een rechter van de Rechtbank van Koophandel de Rechtbank van Eerste Aanleg bijspringen. Via een verticale mobiliteit zullen ook de lokale afdelingen van één en dezelfde rechtbank binnen hetzelfde district aan elkaar mankracht kunnen leveren.
De heer Londers wijst er op dat één van de voordelen van mobiliteit is dat de werklast kan worden verdeeld. Een ander voordeel van mobiliteit is dat men dan kan zien hoe op andere rechtbanken wordt gewerkt, en hoe praktische problemen daar worden opgelost. De praktische problemen van mobiliteit zijn ook beperkt, aangezien de afstand in België relatief is. Verder kan mobiliteit verhinderen dat enkele magistraten die gespecialiseerd zijn in een specifieke materie van het recht, dit recht zouden monopoliseren.
Ook de Vrederechters en de Politierechters blijven bestaan, maar worden georganiseerd op het niveau van het district.
Via een enig loket kan de burger zijn probleem bij het gerecht aanbrengen, en het gerecht zal dan moeten beslissen welke de meest geschikte instelling is om kennis te nemen van dit probleem.
De consulaire rechters en de rechters in sociale zaken blijven behouden, maar het aantal plaatsvervangende rechters zal zoveel mogelijk beperkt worden.
De beheerscolleges van de districten gaan dan onderhandelen met de Minister over de werkingsmiddelen die zij nodig hebben. De beheerscolleges zullen moeten uitleggen welke middelen nodig zijn om de resultaten te bereiken. Als de resultaten niet worden behaald, kan een financiële sanctie volgen.
De heer Londers besloot dat de korpschefs samen met de Minister van Justitie willen nadenken over een noodzakelijke hervorming van justitie.
Minister De Clerck maakte snel enkele opmerkingen over het voorstel van de heer Londers.
Minister De Clerck vergeleek zijn eigen voorstel met een KMO, een goede bestuurbare en flexibele entiteit, waar iedereen betrokken is bij het beleid. Het voorstel van de heer Londers, met de provinciale rechtbanken en de provinciale beheersstructuren, is eerder een grote onderneming.
Minister De Clerck stelde dat het beter is om het management op een lager en werkbaar niveau samen te brengen. Zo zei de Minister dat het bijvoorbeeld belangrijk is dat elke Procureur des Konings al zijn
burgemeesters persoonlijk kent. Ook zou een Jeugdrechter moeten weten hoe de jeugdinstellingen in zijn gerechtelijk arrondissement werken. Dit kan enkel als er een juist evenwicht en een juiste grootte wordt gevonden. Idealiter zou een gerechtelijk arrondissement tussen de 500.000 en de 800.000 inwoners tellen.
Confrater Benoît Allemeersch nam vervolgens het woord.
Hij stelde dat de FOD Justitie niet meer in staat is om het hele gerechtelijk apparaat te beheren. Om deze reden zijn een verzelfstandiging van het beheer en een locale beheersautonomie noodzakelijk.
Op dit ogenblik, en ook in het voorstel van de heer Londers, zijn er teveel korpschefs om nog een efficiënt beleid te kunnen voeren.
Confrater Allemeersch vond het zeer spijtig dat er soms weerstand is van de magistratuur tegen de hervormingsplannen. Magistraten kunnen zich niet verschuilen achter het argument van de "onafhankelijkheid van de magistratuur" om zich in te schakelen in één van de meest elementaire diensten waar we allemaal recht op hebben. "Onafhankelijkheid" betekent ook niet dat een magistraat mag weigeren om verantwoording af te leggen.
Confrater Allemeersch dacht dat justitie ook meer efficiënt moet kunnen functioneren. Hierdoor zal er met minder magistraten en met minder personeel een hogere output mogelijk zijn.
Confrater Allemeersch wees er tevens op dat klantvriendelijkheid en dienstbaarheid zeer belangrijk zijn. Men kan daar als magistraat veel aan doen.
Confrater Allemeersch besloot dat we de korpschefs grondig gaan moeten voorbereiden op hun nieuwe beheerstaken, waarbij ze een planning zullen moeten opmaken en die opvolgen.
Het woord was vervolgens aan het aanwezige publiek.
Confrater Matthias Storme merkte op dat er in het plan van de heer Londers te veel structuren overblijven. Daarom is hij voorstander van het plan van de Minister. Confrater Storme stelde ook de vraag hoe het zit met de vermenging van de functies. Wanneer gaan het parket en de balie uit de gerechtsgebouwen verdwijnen?
De heer Londers antwoordde, dat de afstand tussen het parket en de zetel niet in centimeters uit te drukken valt. Het is een intellectuele verhouding, en iedereen moet zich bewust zijn van zijn taak. Trouwens, waar de kantoren van het parket of van de balie ook zouden gelegen zijn, het is steeds perfect mogelijk dat mensen met elkaar contact opnemen, bijvoorbeeld per telefoon of per fax, of in een openbare plaats.
Confrater Allemeersch wees erop dat het parket in de meeste rechtsstelsels tijdens zittingen van een rechtbank niet op dezelfde hoogte zit als de rechters.
Confrater Allemeersch stelde verder dat er drie dingen in België absoluut noodzakelijk zijn. Vooreerst moet er een geslaagde hervorming van de instellingen komen. Daarnaast moet de informatisering van justitie van start gaan. En ten slotte dient er een permanente vorming van de magistraten te worden georganiseerd.
Een anonieme stem uit de zaal vroeg tenslotte waarom wij in België niet gewoon het Nederlandse systeem kopiëren. Het Nederlandse systeem zou immers zoveel beter zijn. Of is in België de last uit het verleden zo zwaar, dat een gewone kopie van het Nederlandse model niet mogelijk is?
De heer Londers antwoordde dat vooreerst het institutionele kader van België veel ingewikkelder is dan in Nederland. Ten tweede is de conceptie over de rol van de magistraat in Nederland totaal anders dan in België. Zo heeft men in Nederland bijvoorbeeld al lang ontdekt dat de omkadering van magistraten zeer belangrijk is. Zo zijn niet enkel het aantal magistraten van belang, maar ook de omvang van het ondersteunend personeel van deze magistraten. In Nederland zal in sommige zaken het ontwerp van vonnis worden geschreven door een secretaris, en de magistraat verifieert daarna dit ontwerp van vonnis. Ook zal men in Nederland niet alle vonnissen uitvoerig motiveren. Aspecten van dit Nederlandse systeem duiken ook op in België. Zo hebben heel wat hogere rechtscolleges nu referendarissen die de magistraten bijstaan bij hun werk.
Met deze vergelijking tussen Nederland en België werd een meer dan geslaagd paleisdispuut afgesloten, over een onderwerp waarover we de volgende maanden nog zeer veel zullen horen.